Kruisvaarders

Tekst Jacques Dane
Gepubliceerd op 25-01-2024
Beeld Fenna Kwakernaak
De taferelen van onderwijsillustrator Johan Herman Isings (1884-1977) maakten op generaties schoolkinderen een onuitwisbare indruk: naast de plaat van de kruisvaarders tekende hij veld- en zeeslagen, plunderende Noormannen en binnentrekkende Franse troepen. Leerlingen droomden weg bij deze oorlogstaferelen.

De stad Jeruzalem – een terugkerend thema in het onderwijs. Voor het vak geschiedenis werd decennialang een schoolplaat gebruikt die er op het eerste gezicht uitziet als een kleurrijke pagina in een spannend stripboek: 1099 – Kruisvaarders voor Jeruzalem. 15 juli 1099: het christelijke kruisleger verovert Jeruzalem. ‘De zon, die juist boven de Olijfberg verrijst, verlicht de torentoppen, achter de Noordmuur ligt nog de schaduw.’ De handleiding beschrijft details, zoals het houten stormraam, links op de plaat: vijftien meter hoog en bekleed met de huiden van pas gevilde dieren om het in brand schieten door de vijand te voorkomen.

Deze pelgrimstochten
ontaardden in een
‘heilige oorlog’

Hier vertelden leraren een boeiend verhaal bij: onbevreesde ridders veroveren Jeruzalem op de islam. Schooljongens – en waarschijnlijk ook meisjes – met een fascinatie voor krijgsgeweld smulden hiervan. De handleiding echter thematiseert vooral verbondenheid en trouw aan de christelijke kerk. De eerste pelgrimsreizen, begin elfde eeuw, verliepen geweldloos. Massa’s mensen trokken naar het oosten om Jezus’ Heilige Graf te bezoeken. Uiteindelijk ontaardden deze pelgrimstochten in een ‘heilige oorlog’, die werd gevoerd ‘tot uitbreiding en versterking van de invloed van de kerk’.

Op een drukbezochte kerkvergadering in Rome, aldus de handleiding bij de schoolplaat, houdt de paus een vurige rede die effect sorteert. De schilden, helmen en vaandels van de ridders met een rood kruis symboliseren saamhorigheid en trouw aan de kerk. Ook geloofsverkondigers moedigden de oorlog aan. De grootste kracht die de kruisvaarders naar Jeruzalem dreef, zou hun vurige geloof zijn geweest.

Terloops stipt de handleiding ook andere redenen aan waarom mannen zich aansloten bij het kruisleger: zucht naar avontuur, verwerven van grondgebied en economisch belang. Maar dit waren volgens de auteurs slechts bijkomstigheden. Verbondenheid met het christelijke geloof was de ‘mystieke begeestering’ om in volle wapenuitrusting naar Jeruzalem te trekken.

Wat zich vooral in het geheugen van de leerlingen vastklonk, was het aansprekende beeld van onderwijsillustrator J.H. Isings (1884-1977). Tussen 1911 en 1970 vervaardigde hij 43 schoolplaten voor geschiedenisonderwijs. Zijn taferelen maakten op generaties schoolkinderen een onuitwisbare indruk: naast de plaat van de kruisvaarders tekende hij veld- en zeeslagen, plunderende Noormannen, binnentrekkende Franse troepen. Isings verstond de kunst om belangrijk geachte, maar in kinderogen saaie historische gebeurtenissen en personages aantrekkelijk te verbeelden. Zonder overdrijving kan worden gesteld dat hij tientallen jaren de historisch-culturele opvoeding van de Nederlandse schooljeugd beïnvloedde.

Soms werd hem verweten dat zijn schoolplaten oorlog en geweld verheerlijkten. Deze kritiek liet hem niet koud. In 1973, Isings was al over de 90, verdedigde hij zijn werk vurig: ‘Iedereen zal denken dat ik een oorlogszuchtig mens ben, ook vanwege mijn aquarellen van oorlogshandelingen. Dat is niet waar, ik heb nooit een pistool in de hand gehad. Maar een kleine jongen in de jaren van mijn jeugd hield van militairen, omdat het beeld van marcherende soldaten boeiend is, kleurig, een romantisch effect in de grauwe straat. En later, als volwassene, wilde ik belangrijke vrouwen en mannen uitbeelden in situaties van belang. Het was niet de oorlog die mij boeide, het was de dramatiek van de situatie, waarin de personen geheel tot hun recht kwamen.’

Kinderen keken daar kennelijk toch anders naar. Als meester of juf bij een schoolplaat van Isings begenadigd kon vertellen, dan droomden leerlingen weg bij deze oorlogstaferelen. De combinatie van aansprekende beelden en goed vertelde verhalen idealiseerde het verleden juist en maakte helden van de hoofdpersonen. Dat het schoolvak geschiedenis daarvoor niet is bedoeld, ontdekten we pas later.

Jacques Dane is hoofd onderzoek en conservator van het Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht. Meer lezen?

 

Dit artikel verscheen in Didactief, januari/februari 2024.

Verder lezen

1 Oorlog als vermaak
2 Samen leven

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent