Feedback krachtig leermiddel bij Salomo

Tekst Minke van Putten
Gepubliceerd op 03-09-2018
Wat doet een leerling precies met de instructie van een leerkracht? Hoe verwerkt hij of zij de aangeboden kennis tot eigen kennis? Goede feedback is een sleutelbegrip voor de manier waarop je als leerkracht dat actieve proces kunt begeleiden. Leerkracht Minke van Putten sprak over feedback met een aantal van haar collega’s van de Haarlemse Stichting Salomo. Ze ontdekte dat het pas zinvol is binnen een veilige leeromgeving en dat de leerkracht ook weer feedback van de leerling moet krijgen.

Feedback: John Hattie beschrijft in zijn boek Leren zichtbaar maken hoe dit een van de belangrijkste middelen is die de leerkracht invloed geven op het leerproces. Maar wat is feedback precies? Een bondige omschrijving geeft Winnifred Jelier in het boekje Alles op een rij over… : ‘Feedback is kort gezegd alle informatie die je aan een leerling geeft over zijn leren.’ Dat kan dus mondeling gebeuren, maar ook schriftelijk of zelfs non-verbaal - door een opgestoken duim, bijvoorbeeld.

Maar daarmee ben je er nog niet. Goede feedback kent tal van voorwaarden en aspecten, zo blijkt uit de vakliteratuur, én uit de praktijk. Een kernvoorwaarde voor het welslagen van feedback is bijvoorbeeld: hij mag nooit afbreuk doen aan het zelfvertrouwen van leerlingen. Integendeel, juiste feedback versterkt dat zelfvertrouwen juist.

Harry van der Meer is gymleraar op de Bennebroekse Willinkschool; hij vindt feedback in zijn lessen van groot belang. Van der Meer: ‘De bouwstenen van feedback zijn allereerst natuurlijk de welbekende “tops en tips”. Je vertelt de leerling eerst wat goed ging en geeft dan aanwijzingen hoe hij of zij zich kan verbeteren.’ Van der Meer gebruikt ook de ‘sandwichmethode’: ‘Na de tops en tips eindig je met een top: je moedigt het kind aan met een uitspraak als “Je kan het!”.’

Feedback die snel een negatief effect op het zelfvertrouwen heeft, is persoonsgericht. Dat geldt natuurlijk voor negatieve opmerkingen, zoals ‘Kees is weer eens bezig!’. Maar ook als commentaar op de persoon positief lijkt (‘Wat ben je een slimmerik’), gaat zulke feedback niet over het concrete werk of gedrag. De leerling krijgt dus geen informatie over hoe hij of zij zich kan verbeteren.

Laurens van Denderen, leerkracht van groep 7 van de Beatrixschool in Heemstede, stelt zelfs dat persoonsgerichte feedback gevaarlijk is, omdat het een kind onzeker kan maken. Van Denderen: ‘Bij mij moet feedback leiden tot leervragen. Hij moet dus precies zijn, leiden tot de conclusie: “Ok, op dat concrete punt moet ik bijleren, mezelf verbeteren.” ’ Ook Van Denderen heeft ervaren dat algemene complimenten niet bijdragen aan een veilig gevoel: ‘Als je tegen een leerling zegt dat hij knap is, zal hij zich gaan afvragen of hij dit niveau een volgende keer wel opnieuw haalt. Wàt heeft hij goed gedaan? Daarover moet het gaan.’

Natuurlijk is het ook nodig dat het algemene leerklimaat in de klas veilig is – een voorwaarde waaraan Van der Meer tijdens zijn gymlessen continu werkt. Daarbij hanteert hij het adagium: versterk de kwaliteiten die kinderen al hebben. Van der Meer: ‘Dat is de basis voor succesbeleving van de kinderen en dus voor het stimuleren van het zelfvertrouwen.’

 

Sturende rol

In Van der Meers lessen gaat het er niet om welk kind de beste motorische prestatie levert: ‘Ik geef complimenten voor doorzettingsvermogen en samenwerking, dus op die punten is presteren voor mij van belang.’ Hij probeert daarbij flink te sturen en heeft allerlei manieren ontwikkeld om concurrentie en een eenzijdige focus op prestaties tegen te gaan. Gangbare sport- en spelregels wijken bij hem bijvoorbeeld af. Een voetballer die tijdens de gymles scoort, wordt meteen gewisseld: de minder vaardige leerlingen krijgen dan meer kansen om te oefenen. En bij het touwtje springen  moeten de vaardigste leerlingen draaien: ‘Ook weer omdat de andere kinderen zo vaker kunnen springen.’

Van der Meer, die zelfs een eigen website in het leven riep, ziet dat zijn aanpak de leerlingen motiveert. Als hij in de les bijvoorbeeld heeft laten touwtjespringen, doen prompt veel kinderen dat ook tijdens het buitenspelen: ‘Onwijs gaaf om te zien hoe leuk ze dan samenwerken.’

Ook tijdens zijn lessen ontstaan mooie ogenblikken: ‘Het zijn pareltjes, die momenten waarop juist de kinderen die motorisch minder sterk zijn, naar je toe komen en enthousiast vertellen hoe ze zich een nieuwe vaardigheid hebben aangeleerd. Of zo’n moment dat ze roepen: “Meester! Mijn hoogtevrees is weg!” Dat kind laat ik de klimopdracht voordoen aan de hele klas en dat ontvangt daarvoor dus een flink applaus.’

John Hattie heeft in zijn boek het belang van goede feedback door de leerkracht benadrukt. Maar goede feedback moet precies zijn en dat kan alleen als je exact weet hoe de leerling zijn of haar werk doet. Niet zo gek dus dat Hattie terugkwam op een eerdere, beperkte opvatting over feedback: ‘Ik maakte de fout dat ik feedback zag als iets dat de leraar gaf aan de leerling.’ Eigenlijk is het  andersom, ontdekte hij. Feedback is ‘.. het meest effectief als de leerling het aan de leraar geeft. Wat weten ze, waarin maken ze fouten(..)?’ (uit: Shirley Clarke, Leren zichtbaar maken met formatieve assessment)

Wil je de verwerking van de stof goed begeleiden, is het dus zaak om continu te weten hoe leerlingen bezig zijn. Maar hoe houd je dat goed in de gaten? Op dit punt zijn er meer en meer nieuwe methodieken. Ook bij scholen van de Stichting Salomo. Zo zie je in steeds meer leslokalen ijslollystokjes verschijnen. Stokjes, meestal in een beker gezet, die elk de naam van een kind dragen. Zodra de meester of juf de stokjesbeker tevoorschijn haalt, is het vinger opsteken er niet meer bij. De leerkracht kiest namelijk - at random - een stokje om kinderen een beurt te geven.

Hiermee heb je dus een simpel middel voorhanden om de beurtverdeling in goede banen te leiden. Met als gevolg dat een preciezer beeld ontstaat van welke kinderen op welke manier de instructie en aangeboden kennis verwerken. Prettig neveneffect is een grotere betrokkenheid van de groep, want elke leerling rekent er op dat hij of zij een beurt kan krijgen.

Daarnaast hebben de zogeheten wisbordjes een vaste plek gekregen op menig tafeltje. Op dit bordje schrijven alle kinderen het antwoord op een vraag van de leerkracht. Na een teken houden de kinderen het bordje omhoog en de leerkracht ziet snel welke kinderen de instructie hebben begrepen en welke nog extra instructie nodig hebben. (Soms zie je in plaats van deze bordjes plastic hoesjes met daarin een A-4tje: ook heel praktisch!).

 

Post it

Show what you know! is een vergelijkbare methodiek, die Laurens van Denderen in zijn klas gebruikt. Hierbij krijgen de leerlingen elk een post it om het antwoord op een vraag op te schrijven. Als ze daarmee klaar zijn, plakken ze het geeltje op een speciaal bord aan de muur. Volgens Van Denderen is deze manier geschikt voor rekensommen, maar ook voor aardrijkskunde-vragen of een mini-dictee. Hij kan er snel mee nagaan of zijn instructie is aangeslagen en ook welke kinderen verlengde instructie nodig hebben.

Harry van der Meer is heel ver met het gebruik van visuele middelen in zijn gymlessen, om hem, maar vooral de leerlingen zelf, informatie te bieden over de ontwikkeling van de vaardigheden. Bij elke activiteit die de kinderen per groepje doen, staan een camera en een tablet. De tablet  speelt – met wat vertraging (video-delay)- de filmpjes over de uitvoering per leerling af, zodat het kind telkens kan terugzien hoe die is gegaan. Daarbij gaat het er om dat elk kind succes kan ervaren op het eigen niveau. Er zijn voorbeeldfilmpjes van de verschillende niveaus waarop de opdrachten kunnen worden uitgevoerd. Bovendien werken de kinderen meestal in tweetallen. De medeleerling geeft feedback, waarbij het natuurlijk de ‘tops en tips’ in acht houdt. In hun schoolportfolio noteren de kinderen welke niveaus ze bij de gymlessen hebben bereikt.

Zijn methodiek werkt goed, volgens Van der Meer: ‘Elk individueel kind weet waar het naartoe werkt - dat motiveert enorm.’ Ook past Van der Meers aanpak goed bij de filosofie van de Willinkschool: ‘Eigenaarschap over het eigen leerproces en het werken met portfolio’s staan hier hoog in het vaandel. Dat sluit naadloos aan bij mijn methode.’

 

Minke van Putten is leerkracht PO in Haarlem en omstreken. Zij schrijft regelmatig over onderwijs. Dit artikel is eerder verschenen in het lentenummer van Impuls, personeelsblad Stichting Salomo.

Een ogenblik geduld...
Click here to revoke the Cookie consent